DEEL XXX: Aangaande De Valse Vlag // De technieken van de staatsmisleiding // Operatie Gladio

De bekende filosoof Slavoj Zizek schijnt, toen hem de baan van Minister van Cultuur van Slovenië werd aangeboden, te hebben geantwoord dat hij enkel geïnteresseerd was om hoofd van de geheime dienst te zijn. Deze positie bleek echter 24 uur per dag de aandacht te vereisen en dat, niet zijn eigen geschiktheid voor de functie, bleek een te groot struikelblok voor deze theoreticus. Maar inderdaad, vanuit een filosofisch standpunt is er haast geen interessantere positie te vinden dan die waarin men het meeste weet van wat er op politiek niveau gebeurt en tegelijkertijd ook het meeste kan verbergen. Maar het bestaan van deze positie creëert een maatschappelijk probleem voor alle anderen die er maar op moeten vertrouwen dat de daar geconcentreerde macht voor de juiste doeleinden gebruikt wordt. Aangezien de geschiedenis ook machtsmisbruik en doelbewuste misleiding door geheime diensten toont ontstaat hier een grijs gebied waarin zeer interessante, maar ook wilde theorieën kunnen ontstaan die vaak slechts beantwoord kunnen worden door het weinig zeggende woord samenzweringstheorie. Dit continue spanningsveld is niet zo gemakkelijk te ontzenuwen maar werpt de moeilijk beantwoordbare vragen op of het gewenst is dat geheime diensten verantwoordelijk kunnen worden gehouden voor hun daden en of er misschien ook landen bestaan die zonder een dergelijke dienst opereren.

Het bestaan van zogeheten van “valse vlag-operaties” waarbij een staat haar burgers misleidt met de bedoeling om door angst bepaalde (anders onbereikbare)  doelen te verwezenlijken, legt dit spanningsveld het beste bloot. Het Gleiwitz incident, waarbij Duitse agenten als Polen verkleed het radiostation van Gleiwitz belaagden en een anti-Duitse boodschap uitzonden, is een voorbeeld van een zeer geraffineerde operatie van de geheime dienst. Speciaal voor de gelegenheid werden er een aantal plaatselijke burgers en gevangenen uit Dachau vermoord en bij het radiostation gedropt om het incident des te gruwelijker te doen lijken. Dit werd door Hitler als aanleiding gebruikt om de volgende dag Polen binnen te vallen. Maar alles was van te voren gepland in een bespreking met zijn generaals een paar dagen daarvoor waarin Hitler zei “Ik zal een propagandistische casus belli voorzien, de geloofwaardigheid doet er niet toe, de overwinnaar zal niet worden gevraagd of hij de waarheid heeft gesproken.”  

Bromberg, Leichen getöteter Volksdeutscher

Maar niet alleen in een fascistische dictatuur als Nazi-Duitsland was er sprake van een regering die haar burgers voor het lapje hield. We vinden dergelijke gebeurtenissen door de hele geschiedenis en verspreid over de hele aardbol. Wat bijvoorbeeld te denken van het incident in de Golf van Tonkin in 1964 waarbij de Amerikaanse Marine claimde te zijn beschoten door Vietnamese legers? Hierop werd zonder formele toestemming van het Congres een oorlog begonnen die vele jaren aansleepte en die ook vele levens heeft gekost. Pas 40 jaar later kon worden geconcludeerd dat deze zogeheten aanval waarschijnlijk nooit heeft plaatsgevonden maar dat NSA-officieren de communicatie hadden vervalst om dit zo te doen lijken. Dit deden ze overigens niet uit politieke motieven, zo benadrukten ze in het onderzoek, maar om eerder gemaakte fouten te verhullen.                 

Meer recent vinden we nog de ontploffing van appartementen in verscheidene Russische steden in 1999, zogezegd door Islamitische terreureenheden uit Tsjetsjenië uitgevoerd. De Minister van Binnenlandse Zaken Vladimir Poetin gebruikte dit als een excuus om Tsjetsjenië te bombarderen en later ook binnen te vallen. Na de vierde appartementsexplosie werden in Ryazan een tweetal agenten van de Russische geheime dienst door de lokale politie betrapt bij het plaatsen van een vijfde bom. Het incident werd verklaard door te zeggen dat het een oefening betrof om de lokale hulpdiensten te trainen voor het geval het werkelijk tot een aanval zou komen, maar deze lezing wordt internationaal met grote scepsis bezien. Desalniettemin leidden de explosies tot de Tweede Tsjetsjeense oorlog en gaven ze de juiste impuls voor het presidentschap van de Heer Vladimir Vladimirovich Poetin, wiens voornaam overigens etymologisch “heerser van de vrede” betekent.

Uit deze voorbeelden blijkt dat de beslissing tot het verklaren van oorlog het beste verricht kan worden op basis van een collectief gevoelde urgentie die nu eenmaal vaak ontbreekt, omdat veel mensen helemaal niet van oorlog houden. Een dergelijke urgentie dient dus gefabriceerd te worden, waarbij de fabricatie in eerste instantie zorgvuldig geheim gehouden wordt. Als jaren later archieven bepaalde geheimen blootgeven blijkt hieruit slechts de almacht van de geheime dienst. De kwestie waar het destijds om te doen was is dan al onherroepelijk in het verleden verankerd en de gevaarlijke vijand reeds vergeten of misschien wel een bondgenoot geworden. Hierover denkt men in het algemeen liever niet te lang na, omdat het de voorkeur heeft in de staat een beschermer te zien die min of meer neutraal het beste voor zijn bevolking nastreeft, in plaats van het dikwijls duistere instituut dat achteraf bezien ook wel eens zichtbaar wordt

De staatsmisleiding vindt echter niet alleen plaats rondom het verklaren van oorlog. Iets dergelijks komt ook naar voren in de uitermate boeiende geschiedenis van Operatie Gladio. Deze zogeheten stay-behind organisatie opereerde tijdens de Koude Oorlog in heel Europa en bereidde zich voor op een Sovjet-invasie, waarbij de cellen van Gladio zouden achterblijven om allerlei terroristische acties op te zetten terwijl de regeringen in ballingschap zouden gaan. Daar de Sovjet-invasie uitbleef gingen de cellen zich algauw met andere activiteiten bezighouden. In Italië vielen hieronder terroristische aanslagen, ontvoeringen van rechters en de moord op premier Aldo Moro die in 1978 van plan was een alliantie aan te gaan met de Communistische partij. De moord werd daarbij op zo’n manier geënsceneerd dat men dacht dat anarchisten erachter zaten. In België wordt er onderzoek gedaan naar Operatie Gladio en het mogelijke verband met  de moord op Communistenleider Julien Lahaut in 1950, de Roze Balletteneen poging tot staatsgreep in 1973 en de beschietingen die de roemruchte Bende van Nijvel in supermarkten uitvoerde. De vraag waarom een geheime dienst op zijn eigen burgers zou schieten wordt door Vincente Vinciguerra, ex-Gladiolid in Italië, vrij accuraat beantwoord in zijn interview met de  BBC uit 1992:  “Het was de bedoeling burgers, vrouwen, kinderen, onschuldige mensen, ver verwijderd van het politieke spel, aan te vallen. De reden daarvoor was eenvoudig: Het publiek te dwingen zich tot de staat te wenden voor grotere veiligheid.”

img
Julien Lahaut

De Nederlandse aftakking van Gladio (afkomstig van het Latijn Gladius, kortzwaard) bestond uit twee delen die onder de letters “I” en “O” bekend stonden. Deze cellen waren dus ongeveer 40 jaar bezig om zich op een Sovjet-invasie, die ieder moment kon komen, maar toch steeds op zich liet wachten, voor te bereiden. Binnen het onderdeel “I” alleen al was er een onderverdeling in 17 bureaus met klinkende titels als Lijnen, Codezaken, Luchtfiltratie, Zeefiltratie, Security, het speciale netwerk en het Meteo-netwerk dat zich misschien wel met de manipulatie van het weer zou hebben beziggehouden als de Sovjets nu maar eindelijk waren gekomen.

“O” – nog geheimer dan “I” omdat zij op papier niet eens bestond terwijl over “I” nog enigszins kon worden gesproken – was voorzien in de secties Sabotage, Psychologische Oorlogvoering, Verbindingen, Falsificatie, Operationele Financiering, Security en een sectie Codes. Deze “O” beschikte over duizenden kilo’s explosieven en wapens die lagen opgeslagen in geheime ondergrondse bergplaatsen door het hele land verspreid. Een wapenopslag die in april 1980 bij toeval werd ontdekt in een Limburgs bos, bleek, naar in november 1990 bekend werd, deel uit te maken van O. Na de ontdekking werd besloten de 40 bergplaatsen op te heffen en de explosieven te concentreren in een centrale bergplaats waarvan de locatie tot op de dag van vandaag onbekend is. Bij het leeghalen bleek echter dat de verschillende bergplaatsen waren geplunderd en het viel hierbij niet uit te sluiten dat veel explosieven en wapens in handen waren gekomen van criminelen. Dit vermoeden werd bevestigd in 1991 toen Sam Klepper en John Mieremet de politie belden om bescherming te zoeken tegen Joegoslavische huurmoordenaars en een aantal van de Gladio-wapens konden overdragen als gepast bewijs voor hun criminele aard. Zij kregen, naar hun wens, gevangenisstraffen zodat zij uiteindelijk niet op dat moment, maar jaren later werden geliquideerd: Mieremet in Thailand door een gehelmde motorrijder en Sam Klepper op het Gelderlandplein in Amstelveen, omdat zijn lijfwacht op dat moment een televisietoestel droeg en daardoor te laat zijn wapen kon trekken.

Het meest verbazingwekkende onderdeel van Gladio komt pas vlak na de zogeheten opheffing van de operatie in 1992 naar voren. Uit pure frustratie met de beëindiging van het project besloten twee ex-Gladio medewerkers (waaronder een majoor) het bedrijf Nutricia te chanteren met het dreigement om potjes van hun babyvoeding te vergiftigen. Zij werden hiervoor veroordeeld, maar om te voorkomen dat andere ex-Gladio leden tot dergelijke daden zouden overgaan werd iedereen weer in actieve dienst genomen.

In 2007 maakte Reporter een boeiende reportage over Gladio compleet met mysterieuze muziekjes en mannen die op afgelegen plaatsen in auto’s worden geïnterviewd, waarbij zij niet in beeld komen en hun stem is vervormd. Deze reportage leidde mogelijk tot de Kamervragen van Teeven en Van Velzen over Operatie Gladio in 2008, waarin de zogeheten veiligheidsparadox zeer goed naar voren kwam. Uit de antwoorden bleek onder meer dat 16 jaar na haar opheffing er nog altijd leden van Gladio door de overheid betaald werden voor een som van ongeveer 400.000 euro per jaar. Tevens bleek dat kort na de ‘opheffing’ van Gladio het grootste gedeelte van de archieven van “I” en “O”, zogezegd zonder toestemming, waren vernietigd. Hierdoor is het in feite onmogelijk om gedegen onderzoek te doen naar de Nederlandse Gladio tak bijvoorbeeld in connectie met de aanslagen van de Rara-groep. De laatste alinea van de beantwoording van de Kamervragen  geeft aan in welke mate democratische controle over dit soort kwesties momenteel mogelijk is.

“Samengevat heeft de organisatie onder strikte geheimhouding geopereerd en deze geheimhouding geldt ook nu nog onverkort voor en ten aanzien van de medewerkers van het toenmalige O&I.”

rara-aanslag_op_shell-station

Gezien de recente gebeurtenissen in Parijs en de prompte oorlogsverklaring die daaruit volgde is het de moeite nog eens stil te staan bij dit soort processen. Alhoewel het stof op die vreselijke gebeurtenissen heel duidelijk nog niet is neergedaald, kan het toch de moeite waard zijn alvast het volgende detail uit te lichten. Op 13 november vond er in Parijs een grote oefening van de hulpdiensten plaats, waardoor deze paraat stonden en later op de avond vele levens hebben kunnen redden. Het onderwerp van deze oefening was een aanval in de binnenstad waarbij op meerdere plaatsen grote groepen mensen zouden worden neergeschoten. Dit zou op zichzelf een gunstig toeval kunnen zijn, ware het niet dat hetzelfde toeval ook aanwezig was bij de bombardementen in de Londense metro van 7 juli 2005 en ook tijdens de aanslagen op het Wereld Handels Centrum in New York van 2001 daterend. Dit is vanuit het perspectief van de kansberekening wat men noemt een wel zeer lage probabiliteit.

We komen hier in een speculatief domein, dat misschien het beste omschreven wordt als het collectieve hobbyisme van de samenzweringstheorie. Definitieve antwoorden ontbreken in dit domein en blijven fundamenteel onbereikbaar, totdat de kwesties zijn verjaard en de archieven openbaar worden gemaakt, in het geval natuurlijk dat zij niet werden vernietigd. Tot dat moment bestaat er een tweedeling tussen zij die een onwaarschijnlijk scenario onwaarschijnlijk achten en zij die, bijvoorbeeld vanwege zoiets wonderlijks als Operatie Gladio, vermoeden dat onwaarschijnlijkheid weinig zegt over of een scenario wel of niet plaatsheeft. Over het algemeen kan geen van beide partijen haar definitieve gelijk bewijzen, omdat de nodige informatie hen wordt onthouden. Daarmee zijn we aangekomen bij een van de zwarte gaten van de moderne democratie, die vanwege de aard der dingen niet spoedig zal veranderen of op de een of andere wijze zal kunnen verdwijnen.

c87be136858a5242_thumb

 

 

 

 

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s