DEEL XXXI : De genese van het moderne paspoort

De  aanname dat het paspoort iets van alle tijden is wordt grotendeels onbewust gemaakt en is behalve naïef in zekere zin ook onjuist. Door de gehele schriftelijke geschiedenis is er inderdaad sprake geweest van reisdocumenten. Er zijn hiërogliefen bij de Egyptenaren waarop vermoedelijk een brief van de farao als reisgeleide dient en ook in Shakespeare’s Henry de Vierde is sprake van een dergelijk document. De functie hiervan is telkens de dienaar die bij een bepaalde heerser bescherming geniet, ook in een ander territorium te beschermen, zoals in het Corrolarium uit het Boek van de Wonderen van Marco Polo uitstekend wordt beschreven:

‘En toen de Groot-Kahn de twee broers en zijn vazal had belast met een zending voor de Apostel, liet hij ze een gouden tablet geven met het koninklijke zegel en getekend volgens het gebruik van zijn staat, en daarop stond dat de drie gezanten door de Groot-Kahn waren gestuurd en dat de bestuurders die onder zijn gezag vielen, in alle burchten die ze zouden aandoen, op straffe van ongenade, het logement moesten bieden dat zij behoefden en royaal moesten zijn met schepen, paarden en manschappen, en met alle andere dingen die zij voor hun reis verlangden, als betrof het Hemzelf op toevallige doorreis.’

Het moderne paspoort garandeert een minder luxueuze behandeling maar het principe is hetzelfde. De onderdaan van het ene gebied gaat naar een ander gebied, maakt zich aan de grenzen bekend en verzoekt om toegang. Hij wordt dankzij zijn paspoort als gast geaccepteerd en kan zich in geval van problemen naar een ambassade spoeden zodat de vakantie niet geheel in het water valt enzovoorts en zo verder. Daarnaast heeft het paspoort, vrij recentelijk, ook een aantal impliciete functies gekregen die daar niet altijd bewust mee worden geassocieerd. Niet langer dan een eeuw geleden bestond het moderne paspoort nog niet eens. Wie wilde en kon reizen, reisde en moest in sommige gevallen een tijdelijk visum aanvragen in het land van bestemming. Het paspoort dat ook in het binnenland zelf een functie kreeg, eerst als identificatie naar de overheid en de wetshandhaver, later ook naar banken en tal van andere instanties, is niet ouder dan 75 jaar. De ontwikkeling ervan komt pas in de 20ste eeuw op gang, loopt min of meer parallel in Europa en de Verenigde Staten en versnelt naarmate de burgerluchtvaart opkomt en de registratie van burgers overal wordt gecentraliseerd.

Het reizen over de landsgrenzen, stemmen, de luchtvaart, het openen van een bankrekening, trouwen, het ophalen van een postpakket, het hebben van een sofi-nr later ook wel burgerservicenummer genoemd, aangifte doen van misdrijven, het inchecken in een hotel, het aanschaffen van alcohol, het inschrijven in een bibliotheek en het getuige zijn in een rechtszaak, wat is er eigenlijk allemaal niet ondenkbaar zonder dit moderne paspoort? Maar het betreft hier slechts de zichtbare effecten van de evolutie van het identiteitsbewijs. Hoe tijdens dit proces op de achtergrond een wereldwijd netwerk ontstond, dat zich als een controle-apparaat en als een onderscheidingsapparaat is gaan gedragen, is voor een groot deel nog in nevelen gehuld. Om iets meer zicht op de betekenis ervan te krijgen loont het hierbij de uitdrukking ‘in de illegaliteit’ te bekijken. Tegenwoordig wordt ze gebruikt voor mensen die zonder geldig identiteitsdocument in een schemergebied leven maar ditzelfde woord refereerde in 1941, het jaar waarin voor het eerst een persoonsbewijs aan zeven miljoen Nederlanders werd uitgereikt, naar de strijders die zich tegen de Duitse aanwezigheid verzetten, en waarvan er, als gevolg van de introductie van het persoonsbewijs, een aanzienlijk aantal in de duinen is geëxecuteerd, of op andere plekken waar dat toevallig uitkwam.

Het Nederlandse persoonsbewijs is het eerste werkelijk onvervalsbare persoonsbewijs in de wereld. Het wordt beschreven met een speciale inkt die onzichtbaar wordt als je het voor de carbidlamp houdt. Er zitten zowel op de voorzijde van het bewijs als aan de achterkant van de persoonsfoto, die over een uitgespaard venster heen is geplakt, vingerafdrukken op, die ook nog door een breekbaar vliesje worden beschermt, om te voorkomen dat iemand de foto al te gemakkelijk zou kunnen verwisselen. Het papier is van een zeldzame, voor het verzet niet te achterhalen samenstelling, waardoor ondanks grote inspanningen, het volgens een collega van de vermoorde persoonsbewijzenvervalser Gerrit van der Veen ‘eigenlijk nooit gelukt is een document te maken dat aan een serieuze controle van de Duitsers kon ontsnappen.’ Ook in Engeland bleek men nimmer in staat de Nederlandse persoonsbewijzen zo volmaakt na te maken dat zij tegen die controle bestand waren, zodat we wel kunnen concluderen dat het hier een uniek document betreft dat bij de hooggeplaatste Duitsers op veel bewondering en lof heeft kunnen rekenen.

In zekere zin is er sprake geweest van een verrassingseffect voor de 7 miljoen Nederlanders die zich in de loop van 1941 bij allerlei zaaltjes moesten melden om een foto van zich te laten maken en hun vingerafdrukken af te geven. Men was in hoge mate onvoorbereid om de implicaties van het persoonsbewijs goed te overzien en het past ook bij de Nederlandse volksaard, die traditioneel gedwee en gezagsgetrouw is, dat de invoering ervan vlekkeloos is verlopen, waardoor het pas veel later duidelijk werd wat het goed georganiseerde Duitse Rijk aan deportaties en mensenvernietigingen gedaan kon krijgen op basis van dit papieren document. Maar de volksaard alleen verklaart de rappe invoering van het persoonsbewijs niet. Hiervoor moeten we de toegewijde ambtenaar J.L. Lentz in het vizier nemen die namens het ministerie van Binnenlandse Zaken in de jaren dertig reeds het bevolkingsregister had ingesteld, waarover hij bij de opening van het centrale archief in Den Haag ontroerd verklaarde dat ‘de bevolkingsboekhouding de taak heeft den mensch op zijn gehele levensweg te volgen.’ en ook dat ‘hier op het Binnenhof feitelijk van iederen Nederlander zijn papieren schaduw berust.’

ie1

De dodelijke effecten van zijn vinding, waarvoor hij een Koninklijke onderscheiding ontvangt, zijn op dat moment nog niet te voorzien. Slechts de metalen kaartenbakken waarin de naam en toenaam van alle Nederlanders zich bevinden staan, wanneer bijna iedereen de receptie reeds heeft verlaten, stil te schitteren in het zachte gloeilamplicht. Lentz loopt lichtjes aangeschoten naar zijn collega Hulsman toe en zegt naar de kasten kijkend dat ‘Wie gevoel heeft voor de diep menselijke levensfeiten waarvan deze kasten een afspiegeling zijn wel door liefde voor het werk gegrepen moet worden.’

De liefde voor het vak kan Lentz, die tijdens de invoering van het persoonsbewijs dag en nacht doorwerkt, waardoor zijn vrouw hem uiteindelijk verlaat, zeker niet worden ontzegd. Maar we kunnen niet zomaar stellen dat zijn gedrevenheid voortkwam uit sympathie met het Duitse project. Niet alleen is Lentz nooit lid geweest van de NSB, niet alleen draagt hij op de foto’s uit die tijd nergens nazistische symbolen, en niet alleen valt er in zijn briefwisselingen met de Duitsers weinig meer dan een obligate Heil Hitler te vinden, we moeten ook constateren dat zijn werklust en toewijding van vóór de bezetting dateren en zijn bron vinden in een hevige passie voor de registratie van burgers in hun relatie met de Staat die pas onder de Duitse bezetting tot volledige ontvlamming kon overgaan.

De snelle, haast overrompelende uitreiking van het persoonsbewijs aan 7 miljoen Nederlanders, die binnen een jaar na de aanvang van de bezetting is voltooid, kan namelijk slechts verklaard worden door het feit dat Lentz al veel langer de wens had zijn landgenoten van een identiteitsdocument te voorzien. In 1939 legt hij een tot in de details uitgewerkte plan aan zijn superieuren bij Binnenlandse Zaken voor dat in  de invoering van een verplicht te dragen persoonsbewijs zou moeten voorzien. In het plan is onder meer opgenomen dat iedere Nederlander in zijn huis vrijwillig een bordje aan de deurpost zou moeten spijkeren met daarop “Persoonsbewijs niet vergeten?” geschreven, of woorden van gelijke strekking. Naar goed Nederlands gebruik wordt er een commissie ingesteld om het nauwgezet te overwegen die in Maart 1940 met het oordeel komt dat het uitreiken van persoonsbewijzen on-Nederlandse elementen bevat. Omdat het onder andere veronderstelt dat iedere Nederlander een misdadiger zou kunnen zijn wordt besloten het niet ten uitvoer te brengen.

Lentz nam van die beslissing met teleurstelling kennis, wellicht zelfs met verontwaardiging. Zij was hem een bewijs dat er van de Nederlandse parlementaire democratie niet veel deugde. In geen enkele politieke partij had hij meer vertrouwen: hij richtte een eigen partij op, de Nederlandse Volksgemeenschap – meer dan één- of tweehonderd aanhan­gers kreeg hij niet.

Wat On-Nederlands was volgens de commissie, is nog geen drie maanden later erg interessant voor de SS-er Joseph Rauter die Lentz vrij snel van onbeperkte middelen voorziet en hem aanspoort het plan zo spoedig mogelijk ten uitvoer te brengen, hetgeen hij, met een verbijsterende naïviteit en graagte, dan ook doet. Voor het proefexemplaar van zijn persoonsbewijs, dat binnen enkele maanden al klaar is, gebruikt hij in het watermerk nog de woorden ‘Koninkrijk der Nederlanden’ maar het komt hem voor, ‘dat dit cliché onder de huidige omstandigheden niet toegepast zal kunnen worden bij de definitieve druk’ – daar kiest hij dus de woorden ‘Bevolkingsregisters van Nederland’ voor. De tot in het absurde hard werkende Lentz weet zich in diezelfde periode ook nog te ontfermen over de inzameling van koper, brons en goud, door de Duitsers aan de Nederlandse bevolking opgelegd, vanwege de zogeheten bezettingskosten. Desondanks meent Lentz het landsbelang te vertegenwoordigen en hij is in eerste instantie zeer verbaasd over de doodsbedreigingen die hem algauw vanuit ‘de illegaliteit’  bereiken, en waardoor hij enkele keren zal moeten verhuizen. Maar als de kansen voor de Duitsers keren en de Engelsen op komst zijn begint Lentz dan toch te schrijven aan zijn apologie ‘Bekentenissen van een rijksambtenaar’ waarvan de toonzetting dusdanig verbeten is dat de lezer van het droge ambtenarenproza wel moet concluderen dat er hier sprake is van een kapotgemaakte droom.

Toch komt Lentz na de oorlog redelijk goed met zijn collaboratie weg. Hij houdt zich tijdens de rechtszaak succesvol van de domme en de rechter concludeert dat de activiteiten van Lentz in een soort vacuüm moeten hebben plaatsgevonden waar niemand echt voor verantwoordelijk was. Lentz krijgt een celstraf van drie jaar en zijn Ridderorde wordt hem ontnomen, maar dit weerhoudt hem er niet van op een vredige manier oud te worden, door zijn nichtje verzorgd in het Oosten van Nederland. De geschiedenis oordeelde over Lentz heel wat minder mild. De Jong schrijft in zijn standaardwerk “Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog” dat er ‘moeilijk een Nederlander gevonden kan worden die de Joodse zaak en de zaak van het verzet meer schade heeft toegebracht dan J.L. Lentz.’

84432

Dagenlang heb ik in de archieven van het NIOD aan de Amsterdamse Herengracht gebogen gezeten over een interview met Lentz uit 1942 dat de omineuze titel “Staat tolereert niet leven zonder identiteit” draagt, en dat naar mijn inschatting juist een enigszins lichtvoetige toon heeft willen brengen in het steeds rauwer wordende dagelijkse leven. Verrassend genoeg betreft het onderwerp de vele kinderen die in die tijd overal te vondeling werden gelegd en waarvan het grote aantal de nationale verbeelding, als je dat zo kunt zeggen, gevangen hield. Volgens Lentz worden deze kinderen in net zulke grote getale door ‘wie ze maar vindt’ in allerlei gezinnen verwelkomt zodat er van een probleem eigenlijk geen enkele sprake is. In zeer zeldzame gevallen kunnen kinderen die niet onmiddellijk een nieuw gezin vinden, opgenomen worden in het gekkenhuis, alwaar volgens Lentz ‘de verzorging ook niets te wensen over laat.’  De kwestie die mijn eigen verbeelding als het ware vele uren gevangen hield, en waar ik ook nu nog geen juist begrip van heb, betrof de vraag wat er moest gebeuren als de te vondeling gelegde kinderen jaren later hun biologische ouders zouden terugvinden en hun oorspronkelijke naam zouden ontdekken waarmee ze bij de overheid nog altijd bekend zouden staan. ‘Dan’ zo stelt het Hoofd van de Rijksinspectie Lentz ‘zal de vondeling terugkeren naar zijn ware identiteit.’ De journalist, die zo blijkt wel, zeker niet op zijn achterhoofdje is gevallen, stelt de juiste vervolgvraag. Wat als de vondeling door gewenning, of door iets anders, de voorkeur zou geven aan zijn ‘valse’ naam? In dat geval, stelt Lentz, moet de vondeling bij de Koningin – die ten tijde van dit interview overigens in Engeland verbleef –  toestemming verkrijgen voor de naam die hij blijkbaar al gebruikt. Wat door iets anders in dit verband zou kunnen inhouden is waar ik mij in het NIOD lang, misschien wel te lang, mee bezig gehouden heb, waardoor uiteindelijk zelfs het onwaarschijnlijke vermoeden kon ontstaan, dat het ook voor mij, om tot mijn ‘ware identiteit’ terug te keren, zou kunnen volstaan om mijzelf te vondeling te leggen.

In een andere map, en beschermt door wit, zacht zijdepapier van een zeer hoge kwaliteit, vond ik een 10-tal verschillende legitimatiebewijzen waarop steeds de foto van dezelfde jonge en krachtige man zichtbaar is, maar steeds met een andere naam of in een andere functie. Reckman, Reinhardt of Riecke moet hij hebben geheten, of misschien was hij de drager van een een andere, nog meer verborgen naam en was zelfs zijn geboorteplaats een andere dan Bandoeng, Den Haag of Amsterdam zoals op de papieren van deze donkerharige en koene verzetsheld staat vermeld. Hoe dan ook moet hij van groot belang zijn geweest gezien de enorme hoeveelheid werk die deze vervalsingen hebben gekost, en de vele rollen die hem in de strijd tegen de bezetter waren toebedeeld. Naast een drietal verschillende persoonsbewijzen vond ik een ‘bewijs’ van de rechtbank in Den Haag dat deze Reinhardt gemachtigd is om woningen binnen te treden, een legitimatie als controleur van de Centrale Controledienst Landbouw en Visserij op naam van Riecke, een Kennkarte als ambtenaar van het Rijksbureau Voedselvoorziening, een bewijs van 27 september 1944 dat de fiets van de heer Reckman absoluut niet gevorderd mag worden, een Duitse ausweis als controleur bij Landbouw en Visserijen en ook nog een kaart van de Luchtbeschermingsdienst als lid van de blokploeg, van 24 juli 1944 daterend, en wie weet hoeveel andere papieren met zijn foto haastig verbrand werden in een kolenkachel of op een donkere veldweg in de nacht. Op de dag van de bevrijding krijgt hij onmiddellijk een kaart die zijn benoeming bij de NBS als compagniecommandant bevestigt, gevolgd door een bewijs van goed gedrag op naam van Reckman in november 1947, en het trof mij bij het bekijken van dit na-oorlogse legitimatiebewijs waarop toch een andere, nieuwere foto werd gebruikt dat zijn strenge, doffe gelaatsuitdrukking op mij niet wezenlijk anders overkwam dan op de foto’s van tijdens de bezetting. Hoe dan ook zijn deze papieren slechts de zichtbare overblijfselen van een gecompliceerde en zeer spannende realiteit, waarover naar mijn mening een redelijk goede roman geschreven zou kunnen worden, als iemand zich daar aangetrokken toe zou voelen.

In weer een andere map vond ik, in hetzelfde witte papier gehuld, verschillende vervalsingen die uit een voorraad door de Duitsers in beslag genomen persoonsbewijzen afkomstig zijn, zodat we weinig zekerheid hebben over wie de eigenaars nu werkelijk waren of wat er met hen moet zijn gebeurd. Van deze voorraad vervalsingen weten we niet waarom de dragers hun identiteit moesten verbergen, of ze Joods, homoseksueel, zigeuner, verzetsstrijder waren, of op een andere manier ongewenst, maar kunnen we slechts met enige zekerheid zeggen dat de meesten van hen in het verbergen van hun identiteit niet zijn geslaagd. Duidelijk is verder dat deze vervalsingen slechts nodig waren in het licht van de uitvindingen van Lentz en ook dat de beeltenis die van deze mensen is overgebleven, en die op mij een zacht tragische indruk maakte, 75 jaar later door het zachtste zijdepapier beschermd wordt tegen het verstrijken van de tijd.

Daar het uit het niets fabriceren van goed op Lentz’s persoonsbewijzen gelijkende documenten voor alle partijen te hoog gegrepen was, zijn deze vervalsingen in feite slechts originele persoonsbewijzen die van een andere foto, vingerafdrukken en soms ook naam werden voorzien. Uit de na-oorlogse verklaringen over het werk van de persoonsbewijzenvervalser Meijers valt af te leiden dat ook dit al een zeer precies werkje betrof dat in ieder geval twee dagen duurde. De zegels die het beschermende vliesje op hun plaats hielden moesten eerst worden verwijderd, maar de moeilijkheid zat hem er in dat de buitenste zegel door aceton oploste en de binnenste zegel door water. Hiervoor diende een jam potje met een koperen rooster erop, waarin een laag aceton werd gegoten die in drie of vier uur de lijm van het eerste zegel kon doen verdampen, waarbij een op maat gemaakte glasplaat de rest van het document beschermde om te voorkomen dat de inkt uitliep. De foto kon vervolgens eenvoudig worden verwijderd, maar de nieuwe foto moest wel een goed geheel vormen met de half op het persoonsbewijs zelf gedrukte stempel. Een verdere moeilijkheid die te overwinnen was, lag daarin dat de vingerafdruk die aan de voorzijde stond, verwijderd moest worden, om daarna twee overeenstemmende vingerafdrukken te kunnen plaatsen. Zij werd met een zeer scherp radeermesje weg geradeerd waardoor het papier echter ruw werd en er heel kleine vezeltjes zichtbaar werden. Meijers maakte deze plek glad doordat hij een collodium oplossing erop aanbracht, er daarna een klein stukje papier over heen legde, en daar weer een stukje schuurpapier of linnen overheen, om dan over het geheel flink met een vouwbeen te wrijven zodat de vezeltjes van het papier gebonden werden, of hij smeerde gedroogd eiwit op de geradeerde plek zodat het een dun vliesje vormde en haalde er ten slotte een hete strijkbout overheen. Ook dit procedé hield alle vezeltjes samen en maakt de plek zodoende weer voor een nieuwe vingerafdruk bruikbaar. Dit was nog voordeliger dan werken met de collodium oplossing, omdat daar waar de collodium oplossing had gezeten, als er water over heen kwam, het water niet werd geabsorbeerd. Behalve voor het vervalsen van de Nederlandse persoonsbewijzen in de Tweede Wereldoorlog, wordt collodium ook gebruikt om electrodes aan iemands hoofd te bevestigen voor een electro-encefalographie, voor het schoonmaken van telescoop spiegels die op de ruimte zijn gericht en anderzijds ook om de proefmonsters te prepareren die onder de microscoop worden bekeken. Verder vinden we collodium terug in de natte-plaat fotografie van Rene Dragon, in de Gelatinebom van Alfred Nobel, en ook in sommige vormen van theater waar collodium op het gezicht rimpels teweeg brengt en tevens dient om littekens zichtbaar te maken.

screen-shot-2015-10-28-at-14-21-39

Tot slot:

In de jaren dat ik deze verhalen uitzocht en met elkaar heb weten te verbinden is er een vriend van me Ibby Okinyi, zonder paspoort of geld, van Noorwegen naar Zuid-Spanje gelopen op zijn weg naar Zuid-Afrika. In Amsterdam, niet ver van de plek waar ik de historie van Lentz onderzocht, heb ik hem nog zijn paspoort zien verbranden tijdens een bijeenkomst op het Beursplein, en in België, zo vernam ik van zijn website, heeft hij in vreemdelingendetentie gezeten toen hij de daar aanwezige asielzoekers een gelukkig kerstmis wilde wensen en men erachter kwam dat hij zelf ook geen paspoort had. Verder schijnt zijn tocht heel vreugdevol te zijn geweest en heeft de montere Ibby onderweg zeer veel vrienden gemaakt. Maar uiteindelijk sloeg, terwijl hij zich opmaakte voor de oversteek naar Afrika, het noodlot dan toch toe. Het bericht dat zijn zus was gestorven maakte dat Ibby zich op kosten van zijn ouders naar het dichtstbijzijnde consulaat in Almeria spoedde voor een laissez-passer om op tijd haar begrafenis bij te kunnen wonen.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s