deel LXXXVII //EDWARD JAMES 1907-1984 // WIE KRANKZINNIG IS MOET KEIHARD WERKEN OM NORMAAL TE LIJKEN //

De figuur van Edward James heeft zich pas na een lange en raadselachtige keten van toevalligheden aan mij voorgedaan. Het leven van deze Engelsman, die naar eigen zeggen door zijn enorme kapitaal altijd van het ware dichterschap verwijderd is gebleven en die dus tot aan zijn dood zoekend bleef schrijven, kruiste het mijne pas nadat ik in 2011 herstelde van een onfortuinlijke sprong in het water. Bij deze sprong van een 15 meter hoge brug in Zuid-Frankrijk, waarvan ik later pas vernam dat het le pont de diable betrof, had ik een deels gebroken rug niet kunnen vermijden waardoor ik terug in Nederland gedwongen was om weken lang het bed te houden.

Een periode in een hut in de duinen volgde waar ik in mijn raamloze slaapvertrek de tijd voorbij liet gaan. Omdat ik niet kon bewegen en er verder in het schemerdonker van de hut ook niet veel was te zien luisterde ik aandachtig naar de vogelgeluiden in de ochtend, het kabbelen van water in de verte en heel soms meende ik te horen hoe buiten de zon verscheen en de geluiden helder en zachter maakte. Ondertussen heelde het botweefsel in mij op een manier die me in de verte deed denken aan een uit de grond verschijnende paddenstoel, en die ik hoe dan ook nooit zou doorgronden.  Ik dacht veel terug aan de korte seconde van onachtzaamheid die mij nu zo lang aan bed gekluisterd hield. Vol van angst had ik op de hoge brugleuning gestaan terwijl het woeste water 15 meter lager kolkte. Iets in de omgeving, het zonlicht misschien of de mensen die naar me keken naast de rivier deden het lijken alsof de beslissing al dan niet te springen geen praktische kwestie was maar dat uit die keuze een houding naar het leven zou kunnen spreken, de mogelijkheid het te leven en angsten, ook die van de meest verborgen soort, te overwinnen. Alhoewel ik inderdaad van de 15 meter hoge brug gesprongen ben moet ik toegeven dat het op een nogal weifelachtige manier gebeurde, en het moet deze weifelachtigheid geweest zijn, zo bevestigde de dokter mij later, waardoor mijn ruggengraat het begaf bij de harde klap op het water.

Ik kon me, liggend in de hut, herinneren hoe ik vlak na deze klap willoos en rustig in de rivier dreef alsof er voor mij verder niets hoefde te gebeuren. Maar het gebrek aan zuurstof schudde mij uiteindelijk wakker, deed me door de pijn heen naar de oppervlakte reiken en vastklampen aan een rots bij de wal waar ik diepe kreten slaakte als een hulpeloos dier. Zonder verder te bewegen wachtte ik daar naakt totdat er hulp zou verschijnen, want mijn onderbroek was met het water weggedreven. Aan de Finse vrouw die uit het niets opdook, mij op het droge hielp, achter mij ging zitten en kinderliedjes in haar moedertaal voor me zong dank ik het bewustzijn behouden te hebben en misschien wel, zo zei de dokter terwijl hij me indringend aankeek, dat ik überhaupt nog in leven ben en het verhaal van Edward James door de jaren heen, en zo goed en zo kwaad als dat ging heb kunnen reconstrueren.

viaducduday

 

Edward James heeft zonder twijfel een van de meest verregaande vrijheden genoten die menselijk denkbaar is. Hij groeide op als zoon van een Amerikaanse kapitalist en een lady uit de Engelse Forbes familie die beiden op vrij vroege leeftijd uit zijn leven verdwenen. Zijn vader stierf toen hij vijf was en zijn moeder toen hij 22 was.  Als enige mannelijke erfgenaam beschikte hij dus over het gehele familiekapitaal, dat uit velen honderden miljoenen ponden en een goede vastgoedportefeuille bestond, op een verbijsterend vroege leeftijd. Korte tijd was hij getrouwd met de Duitse danseres Tilly Losch maar die relatie ging zo snel kapot dat haast het wel lijkt alsof hij er nooit geweest is. Wat Edward James deed in een poging die relatie te redden toont uitstekend waartoe hij mentaal en financieel in staat was. Hij probeerde het hart van de danseres terug te winnen door een heel balletseizoen met Les Ballets Russes in Parijs te financieren waarbij Bertold Brecht en Kurt Weil betrokken werden, waarin Lotte Lenya enkele bijrollen speelde en dat zich bijna volledig richtte op de eer en glorie van Tilly Losch. Alhoewel zij het aanbod niet afsloeg bleef het gewenste resultaat uit; na het seizoen verdween Losch voor altijd uit zijn leven. Verder heeft James zich voor zover bekend niet meer overgegeven aan een vrouw zodat hij zich ongestoord, en gedurende bijna een halve eeuw, aan de meest groteske kapitaalvernietiging van de 20ste eeuw heeft kunnen wijden.

We kennen Edward James van het raadselachtige portret van Margritte waar een man van achteren te zien is die in de spiegel waar hij voor staat ook van achteren is te zien. Misschien wilde de schilder hiermee uitdrukken hoe James voor hem, en misschien ook voor zichzelf, toch altijd een onbekende bleef. Als we dit portret zien en de turbulente levensloop van James nader bekijken, zijn aanschaf van vele schilderijen van Dali, zijn exorbitante ideeën voor binnenhuisarchitectuur – die onder andere leidde tot een bank in de vorm van de lippen van Mae West door de Spaanse schilder ontworpen en een telefoon met een kreeft als hoorn -, de tuinen in Mexico die hij voor miljoenen dollars met orchideeën van beton en allerlei betonnen fantasiesculpturen versierde en de vele radeloze reizen die hij zijn hele leven lang bleef maken, wijst alles op een dolende ziel die zoveel middelen tot zijn beschikking had dat zijn omgeving hem altijd beschermde tegen elk mogelijk oordeel van de buitenwereld. Slechts op een spaarzaam moment, als hij in de winter van zijn leven opschrijft hoe hij voornamelijk andere kunstenaars in staat heeft gesteld hun werken te maken en zelf nooit iets heeft gepresteerd valt te vermoeden hoe zijn voortdurende vlucht hem dikwijls opbrak en misschien ook het leven onmogelijk maakte.

self3

*

Nadat ik in overleg met de dokter, die mij elke week in de hut was blijven bezoeken, weer klaar was voor het verticale leven maakte ik korte wandelingen door de binnenstad van Amsterdam, een stad die mij in mijn fragiele toestand tegelijkertijd als rustgevend en hopeloos chaotisch voorkwam. Ik wandelde daarbij over de Dam en zag hoe de vele duiven grijs en ziekelijk rond toeristen krioelden omdat sommigen van hen zaden en granen kochten van een Roemeen die daar geregeld kwam. De vogels wachtten allemaal af tot het eten aan hen werd gegeven terwijl zij met vereende krachten ongetwijfeld de toeristen en uiteindelijk ook de Roemeen tot grotere vrijgevigheid zouden kunnen dwingen. Wonderlijk, zo bedacht ik me, geen enkele mij bekende vogelsoort respecteert het eigendomsrecht van de mensen niet, waarna ik verder liep richting het Centraal Station.

Voor de Beurs van Berlage had zich in die periode een bont gezelschap in allerlei tenten opgesteld. Er waren gekleurde vlaggen, er klonk muziek en overal hingen spandoeken waarop bijvoorbeeld werd opgemerkt dat indien het klimaat een bank was geweest het waarschijnlijk al gered zou zijn. De bijeenkomst die tegelijkertijd over de hele wereld in allerlei vormen plaatshad werd Occupy genoemd en trok vrijdenkers maar ook uitschot van elk kaliber. De gedeelde verontwaardiging kwam voort uit het feit dat bepaalde politici in onbewaakte ogenblikken vele honderden miljarden aan gemeenschapsgeld in de bankensector hadden weten te investeren om een zogeheten ineenstorting van de wereldwijde economie te voorkomen. Burgers hadden dat zo een tijdje aan gezien en in oktober van 2011 wereldwijd allerlei pleinen bezet om die situatie aan te kaarten waaronder dus ook in Amsterdam. Hier zag men libertaire mannen in pak rondlopen naast gezinnen, verslaafde straatartiesten, verwarde hippies, activisten en ook vielen de vele jonge vrouwen op. Door zoveel idealisme aangeraakt liep ik het kamp binnen en zag een jonge dame met een bordje in haar hand waarop stond ‘Ik ben zo boos dat ik een bordje gemaakt heb’ wat me een adequate samenvatting van het protest leek te zijn.

Het is mij nog niet duidelijk geworden of deze groep, die in de overtuiging verkeerde de wereld en specifiek het bankwezen te kunnen veranderen, ook maar iets van haar standpunten heeft bereikt. Nu ik deze notities vier jaar later doorlees en voor de laatste maal herschrijf zie ik dat de vrees voor bezuinigingen die de maatschappij zouden verminken bewaarheid is geworden terwijl er elke week wel iemand op een hoge post verdwijnt of verschijnt met ongemakkelijke hoeveelheden geld in het bezit ook al bestaat daarvoor geen goede reden. Zelf slaag ik er ondertussen in om me aan deze strijd min of meer te onttrekken door een bescheiden leven te leiden maar mijn gedachten gaan met regelmaat uit naar de mensen die ik bij Occupy zag en waarvan ik vermoedde dat een groot gedeelte toen al op het randje balanceerde van wat nog een waardig leven kan worden genoemd.

pb_20111015_5034_prt-986x660

Op een hoek van het plein trof ik na enige tijd een legertent aan die mij als een rustpunt voorkwam. De tent was goed voorzien van elektriciteit, schoon water en verwarming waar de rest van het kamp smerig was en provisorisch ingericht. Toch riep de tent bij binnenkomst de sfeer op van een oorlogsfront. In de nok hing een vierkant van TL’s dat een stemmig licht over de aanwezigen uitspreidde, buiten ronkte onafgebroken een generator en het geheel deed me vrij snel beseffen dat het hier een bijeenkomst van kunstenaars betrof. Wat hun precieze bedoelingen ook waren, ze zijn mij nooit helemaal duidelijk geworden, maar ik werd goed ontvangen en men maakte voor mij vanwege mijn rug een provisorisch bed op een tafel vanwaar ik de discussies, die de verzamelde kunstenaars onophoudelijk hielden, uitstekend kon volgen. Aan de vierkante tafel zat een steeds wisselende groep heftig pratende mensen wiens enige gedeelde standpunt voor zover ik dat kon overzien, het gevoel was dat het ‘zo’ in ieder geval niet langer kon. De zwarte coltrui was aan deze tafel in de mode en ook de Palestijnse verzetssjaal werd door velen gedragen. Hun discussievermogen, dat ongeëvenaard was, leek mij in een tijd waarin de verbeelding steeds minder ver reikte en al begrensd begon te worden door wat zich op allerlei schermen aan ons voordeed, een uitzonderlijk iets en alhoewel ik me van de discussies grotendeels onthield kwam ik in de weken die volgden er toch vaak op bezoek en heb ik de gesprekken steeds zeer onderhoudend gevonden.

Het was tijdens een van deze sessies dat ene Jonas, die met een revolutionair minimalistische bril en een zwarte coltrui in zekere zin de toon zette, beweerde dat de locatie van het protest, zo vlak voor de Beurs van Berlage en naast de huidige AEX beurs, uitstekend was gekozen en een grote symbolische lading had. Hij vervolgde met een speculatief verhaal waarin hij beweerde dat de Heer Berlage in het ontwerp van de Handelsbeurs de financiële sector in de maatschappij had willen verankeren niet alleen door de brute kracht van baksteen maar ook door in datzelfde gebouw een postkantoor en een aantal gemeentelijke functies  onder te brengen. Daarnaast waren in de decoraties van Albert Verweij waar ook Ronald-Holst aan meewerkte waarschuwende spreuken verwerkt over de gevaren van de effectenhandel wanneer die zich enkel en alleen maar op de winst zou richten, de maatschappij daarbij uit het oog verliezend. De effectenhandelaren die in het gebouw moesten werken hadden zich, volgens Jonas, niet aangesproken gevoeld en waren zelfs een beetje door de leuzen en decoraties geïrriteerd. Vijf jaar later stond er vlak naast de beurs al een nieuw gebouw waarin de effectenhandelaren, door neutraal marmer omringt, zich beter op hun gemak hadden gevoeld. In die 100 jaar oude beslissing, beweerde hij terwijl hij zijn bril afnam en de glazen ervan oppoetste, en in gelijkaardige beslissingen op verschillende tijdstippen over de hele wereld genomen, lag de oorzaak van de problemen waar men vandaag de dag tegen protesteerde.

tent

Het waren dit soort vergezichten waar ik, gelegen op mijn geïmproviseerde bed, van genoot en nog meer werd ik verrast door een jonge dame die vertelde over de kapitaalvernietiging waar een zekere Edward James zijn leven aan had gewijd en die volgens haar als een vorm van verzet gezien moest worden misschien wel de enige vorm van verzet, zo zei ze glimlachend, die tegenwoordig nog realistisch was. Deze jonge vrouw  sprak met een zeker glinstering in haar ogen en op een toon die in de doffe TL verlichte legertent waar vaak een beetje drammerig werd gesproken onmiddellijk opviel en ik neigde ernaar, als een van de heren weer eens in een wat eenzijdige verhaal verdwaalde en daar de andere aanwezigen bij betrok, mijn ogen naar haar af te laten glijden.

James had, zo vertelde ze, door het wegvallen van zijn ouders op vroege leeftijd het toevals karakter van zijn kapitaal en daarmee eigenlijk van ieders kapitaal beseft. Of het uit schuldgevoel was wist ze niet, misschien kwam het eerder uit een onbegrijpelijk soort idealisme voort, maar het feit bleef dat Edward James tijdens zijn volwassen leven de hebzucht van zijn voorouders ongedaan wist te maken, het hele familiekapitaal vernietigde en zelf kinderloos, berooid en sober stierf in een publiek ziekenhuis in de buurt van San Remo. Ik vertel dit, sprak ze enigszins geheimzinnig, omdat de omwenteling die nu nodig is zich maar voor een zeer klein gedeelte op straat zal moeten afspelen. Belangrijker, veel belangrijker, is de infiltratie in de financiële wereld en de vernietiging ervan van binnenuit.

Ik was gecharmeerd van deze verrassende woorden en ook zeker van degene die ze had gesproken, maar de uitvoering van haar ideeën leek me vermoeiend en het succes ervan geenszins gegarandeerd. Toen ze tussen twee discussierondes door aanstalten maakte om te vertrekken kwam ik heel even in de verleiding om haar meer over Edward James te vragen maar ik besloot dat voor een man in mijn conditie het gepaster zou zijn om James’s verhaal  op basis van de bronnen, die ik vast en zeker aan zou treffen, te reconstrueren.

*

In de winter van 1890 vertrok de vader van Edward, Henry James, samen met zijn broers op een jacht dat de Lancaster Witch heette en dat van hun overleden vader was geweest. Ze deden de Noordpool aan en voeren ook naar Afrika waar ze enkele jaren na Stanley en Livingston de bron van de Nijl bereikten. Overal waar ze kwamen knalden ze, zoals in die tijd gebruikelijk was, de dieren die ze tegenkwamen neer. Hun expeditie werd begeleid door een dokter die de meest bijzondere lijken van hun ingewanden ontdeed en gereed maakte voor transport naar Engeland. Onder deze dieren bevond zich overigens ook een ijsbeer die opgezet werd en tientallen jaren in een opslag zou doorbrengen voordat hij door Edward James aan de Spaanse schilder Salvador Dali werd geschonken die in zijn huis nog altijd dient als standaard voor wandelstokken en misschien ook wel eens paraplu’s.

sam_4137new

De broers Frank, Henry en William  ondernamen hun reis wellicht ter nagedachtenis van hun overleden vader, maar in Somaliland werd Frank in een greppel door de slagtand van een olifant doorboord waardoor hun lange reis ten einde kwam om het levenloze lichaam terug te kunnen brengen naar zijn geboortegrond. Er werd bepaald dat de bezittingen van Frank, die zelf geen kinderen had, aan de eerste zoon toekwamen die bij de overblijvende broers zou worden geboren en zo kwam het dat Edward James vanaf het begin, gewild of niet, met erg veel geld ter wereld kwam.

Het overlijden van zijn broer op de reis die ter nagedachtenis van hun vader begon was voor Henry James aanleiding om een vrouw te vinden en een groot landhuis in Sussex te kopen waar hij zich de rest van zijn leven aan de filantropie wijdde als remedie tegen de zich als een kanker vermenigvuldigende fondsen die maar bleven binnenkomen vanuit de Verenigde Staten. Deze oorspronkelijk door de houtkap verkregen gelden die op precies het juiste moment in de spoorwegen waren geïnvesteerd zijn behalve een bevrijding ook een door de generaties heen gedragen last geweest die Edward James jaren later het dictum van Bertrand Russel deed onderschrijven that great wealth and great poverty are two great evils.

Of Edward James behalve materiële welvaart meer van deze oom, die 17 jaar voor zijn geboorte overleed, heeft meegekregen valt in ieder geval niet te bewijzen. Maar omdat in sommige gevallen de invloed op ons leven van mensen die wij nooit hebben ontmoet en die slechts in verhalen of vage dromen tot ons kwamen veel groter blijkt dan alles wat zich werkelijk aan ons heeft voorgedaan, is het hier op zijn plaats om ook de geschiedenis van Frank James  te vermelden om dan uiteindelijk bij het verhaal van Edward terug te kunnen komen.

*

Frank James, die vanaf zijn geboorte mank was, bracht het grootste gedeelte van zijn leven in het buitenland door in een tijd waarin het Britse Rijk de laatste onbekende stukken van de wereld in kaart bracht. In steeds groter wordende expedities verplaatste hij zich over de wereld waarbij hij, door het opsturen van onbekende diersoorten naar het thuisland en de uitzonderlijke verhalen die over hem de rondte deden, een zekere faam als ontdekkingsreiziger opbouwde. Hij zag India, Mexico, de Noordpool en Sudan voordat hij, zoals hierboven vermeld, in 1890 in Somaliland door een olifant werd doorboord.

In de winter van 1884 ondernam hij samen met Henry een reis door Somalië en Ethiopië met een karavaan die volgens zijn eigen schatting meer dan een halve mijl lang was, zeker honderd kamelen bevatte en waar zich schapen, stieren, ezels, paarden en koeien in bevonden en zeker 60 bewapende helpers van allerlei verschillende stammen, waarin een klein aantal vrouwen meereisde en op de ruggen van de kamelen een uitzonderlijke hoeveelheid spullen werd vervoerd;  tenten, meubels, wapens, een nitraatlamp, de voorwerpen die nodig zijn voor een goede cartografie zoals de sextant en het prismatische kompas, en natuurlijk voedsel en water voor een niet te voorziene toekomst door terra incognita.

Dit alles aangevoerd door het dappere schaap Sultan die de troepen steevast vooruit ging alsof alleen hij de route kende. Dit schaap werd door James niet alleen van een naam voorzien maar genoot ook aparte privileges ten opzichte van zijn soortgenoten zoals bijvoorbeeld het privilege om niet opgegeten te worden. Sultan drong, om redenen die niet te achterhalen zijn, zo diep in het hart van Frank James door dat hij in 1888, het jaar waarin Frank thuis zijn aantekeningen over deze reis uitwerkt in het boek The unknown horn of Africa, met hem op zijn landgoed leeft waar hij zich reeds met de plaatselijke schapenbevolking heeft weten te kruizen.  

We zien de karavaan van James met hun vrijgeleide van de koningin van Engeland over de zanderige vlaktes van Somaliland gaan met de ongelooflijke hoeveelheid spullen die het overleven van vijf blanke mannen en hun dienaars in een zeker comfort moeten kunnen waarborgen. Van Berbera vertrekken ze over de steppe richting Faf. Ze worden voortdurend belaagt door teken, muggen, leeuwen, de zon en stammen die iets van ze willen. Als er gevaar dreigt laten ze hun dienaren de hele nacht roepen, af en toe een schot lossen en steken ze de nitraatlamp aan om hun vijanden af te schrikken al blijkt tijdens het uitvoeren van deze theatrale manoeuvres nooit met zekerheid of de vijand er wel is en iets van hun nachtelijke gebaren opvangt. Overdag laten ze mogelijke vijanden op audiëntie komen en demonstreren ze tijdens het roken van sigaren de kracht van hun geweren. Het is tijdens een van deze audiënties dat een stamhoofd dat zojuist nog met oorlog heeft gedreigd nederig vraagt of deze Britten wellicht de wolken maken aangezien hun rook de hemel in vervliegt. Soms komen ze wel 13 dagen lang geen water tegen waardoor de situatie zeer penibel wordt en ze diepe gaten laten graven in een modderige poel waar ooit water schijnt te zijn geweest. Henry wordt belaagd door een man met een speer wiens broer door de Engelsen in Berbera gevangen is genomen en die de echtscheidingseed gezworen heeft de eerste Engelsman die hij zou tegenkomen te doden. Het is de zwaarste eed die een volwassen man in Somaliland kan zweren en het houd in dat als hij in gebreke blijft hij van zijn vrouw zal moeten scheiden. Deze eed, die ook onder zijn dienaren veel gebruikt wordt is een reden voor argwaan en ergernis bij Frank James. Alhoewel zijn dienaars keer op keer verzekeren dat wie deze eed zweert absoluut zijn woord zal houden vreest Frank juist dat het breken ervan als aanleiding gebruikt kan worden om van een slecht huwelijk af te komen.

Hoe dan ook, na 95 dagen en 800 kilometer reizen bereiken ze een plateau waarvandaan ze de rivier de Webbe Shebelyi zien en tevreden kunnen dineren met hun einddoel in zicht. Dit alles omdat Frank gehoord had dat er bij die rivier veel wilde dieren neer te knallen waren hetgeen zij in de dagen die volgen naar hartelust doen.

a-giraffe-walks-behand-a-termite-mound-in-the-bushland-of-the-okavango-delta-in-botswana-1600x1066

In de rivierbedding hebben de witte mieren hun enorme hopen opgesteld en de trapgans komt nieuwsgierig af op het geluid van hun geweren. Ze zien zebra’s, knallen een Egyptische gans neer, kunnen de variëteiten antilopes bijna niet tellen als ook de hoeveelheid jakhalzen, hyena’s en patrijzen. De onyx beisa waarvan er tegenwoordig nog 65.000 leven vinden ze in overvloed als ook de Argua Aylmeri, de koodoo, de dikdik en de gazelle. Maribous, papagaaien uilen, adelaars, gieren kraaien, donkere vossen misschien van nog een onontdekte soort. Ze horen iemand op de oorlogshoorn, cassis cornutum, blazen in de nacht en vinden een voorheen onbekend vogeltje dat de naam Telephonus Jamesi meekrijgt. Ze doden gazelle’s, patrijzen een zweepslang, een iguana, duiven, hyena’s een parelhoen, kamelen, stieren, wrattenzwijnen, walleri’s, ariels antilopes en tal van krokodillen, maribous, waterbokken en bavianen, waarvan het meeste vlees niet gegeten wordt door de meer dan 60 helpers vanwege hun geloof en dat zij dus maar zelf proberen op te eten. In het verlangen dat in deze slachtingen uiting vindt en in hun omgang met de stammen die hun pad kruizen, een omgang die slechts vriendelijk genoemd kan worden omdat ze vuurwapens bij zich dragen die keer op keer de agressie van hun opponenten bij voorbaat overtroeft, is hun expeditie exemplarisch voor het in ons diep of minder diep verborgen verlangen om daar waar we komen degene die we tegenkomen te onderwerpen of uit te roeien.

Als Frank James met enige regelmaat meldt dat er wel degelijk grenzen aan hun moordlust zijn doet hij meestal nadat hij juist die grenzen heeft overschreden. Als hij bijvoorbeeld schrijft that it’s against our principles to shoot animals who are harmless and serviceable to mankind.” doet hij dat nadat hij zogezegd tegen zijn wil twee maribous heeft neergeschoten om de kracht van zijn geweer te demonstreren aan een bepaalde stam. Als hij weigert om een concurrerende sultan van een van zijn bondgenoten uit te moorden schrijft hij dat het is omdat de Koningin daar geen expliciete toestemming voor heeft gegeven, terwijl hij eigenlijk ongeduldig is om een stuk verder stroomafwaarts te trekken waar naar verluid nog meer dieren kunnen worden geschoten en er nog minder mensen zijn die hem van dit schieten af kunnen houden zodat ik geneigd ben te stellen dat er eigenlijk maar weinig limieten aan de mens- en diervernietiging van deze expeditie zijn geweest gedurende de reis door uncharted territory in de hoorn van Afrika.

In zekere zin is dit gebied meer dan een eeuw later nog altijd niet goed in kaart gebracht. Wie op Google maps de weg tussen Berbera en Faf zoekt vind geen weg en Webbe Shebelyi is voor dit naar het lijkt allesomvattende systeem volmaakt onbekend gebleven. Misschien is dat wat het meest onveranderlijk lijkt, de namen van steden, streken, gebieden en rivieren, in werkelijkheid voortdurend in beweging en heet de stroom tegenwoordig anders of wellicht is de rivier die James bij het bereiken van zijn bestemming zo rijkelijk zag stromen, opgedroogd of op een andere manier verdwenen.

Op hun terugweg naar Berbera breekt het regenseizoen door. Bijna iedere nacht worden hun tenten doorweekt en moeten ze die ‘s ochtends uren laten drogen alvorens ze kunnen vertrekken. Alhoewel ze de zelfde weg terug nemen is het landschap onherkenbaar. De regens hebben op een paar dagen tijd een volledige flora doen ontstaan zodat graslanden en bosjes groeien waar eerst alleen maar zanderige leegte was. Er verschijnen vliegende mieren, horzels,  als ook zwermen van kevers die de tenten binnen dringen en het voedsel plunderen. Ze plukken bloemen die ze drogen voor de botanische tuin Kew Gardens, ze zien patrijzen paren in de bomen en ergens vinden ze een oude miserabele vrouw die naast een nog miserabeler kameel en een zak mais op de grond zit. Al vier dagen zit ze naar die zak mais te staren en wacht totdat vrienden van haar komen om de zak op de kameel te laden hetgeen ze zelf niet meer kan. Iedere nacht werd ze door een leeuw bezocht die ze op afstand wist te houden door met de stokken en de stenen te gooien die ze overdag weer verzamelde en natuurlijk zijn de Britten hoffelijk en helpen ze de vrouw die met hun mee mag rijden tot Berbera waar ze de mais van plan is te verkopen. Tijdens een rustpauze, zo schrijft Frank,  leest hij een boek waarvan hij onvermeld laat welk, en hoort de vrouw aan hem vragen waarom hij toch zo lang naar het ding in zijn schoot staart. Hij zegt haar dat dat het ding in zijn schoot hem verhalen vertelt zoals de vrouw zelf hoort van haar vrienden en vriendinnen bij het kampvuur. Ze schudt hierop haar hoofd alsof ze bereid is om van alles te geloven maar de grens trekt bij het idee dat dat ding in zijn schoot in staat is verhalen te vertellen. Dit door Frank James opgeschreven gebaar is 125 jaar later in staat de intuïtie te bevestigen die ik al sinds mijn kindertijd heb gehad, al heb ik die pas na het lezen van veel boeken kunnen verwoorden, namelijk dat het geloof in letters en de betekenis van het schrift als een zich steeds wijder verspreidende vorm van animisme moet worden opgevat. Zo blijkt ook wanneer James in zijn reisverslag noteert dat er een maansverduistering is geweest en hoe hij het betreurt dat hij die dag niet in zijn almanak heeft gekeken waar hij de eclips zou hebben zien aangekondigd zodat  hij zijn dienaren en de bewoners van het dorp waarnaast ze overnachtten had kunnen doordringen van de bovennatuurlijke gaven van het Britse volk.

Op het einde van de expeditie worden de hoofdstukken zakelijker en minder tot de verbeelding sprekend alsof Frank zich bij het schrijven ervan tegen heug en meug de laatste details probeerde te herinneren en daar maar gedeeltelijk in slaagde.  Al moet met the benefit of hindsight nog worden opgemerkt hoe hij vlak voor aankomst als zijn reisgenoten op olifanten gaan jagen en de achtergebleven dienaren in het kamp in rep en roer zijn omdat zij vrezen dat de jagers zullen worden aangevallen, noteert dat hij de opwinding niet goed begrijpt omdat hij van een vriendelijk dier als de olifant niet veel te vrezen denkt te hebben.

 

*

 

Doordat het Occupy-kamp steeds smeriger werd bezocht ik het steeds minder vaak. In het begin had ik nog gefascineerd de vergaderingen en discussies bijgewoond die ergens misschien wel tot doel hadden om de wereld beter of eerlijker te maken ook al bleek nergens precies hoe. Maar naarmate het protest vorderde werd ik steeds minder aangenaam getroffen door de lucht die rond het kamp begon te hangen, de steeds grotere hoeveelheid daklozen en, men mag het misschien gewoon zeggen; gekken, die zich door het protest, haar gratis onderdak, voedsel en voortdurende bedrijvigheid aangetrokken voelden. Waar de maatschappij deze mensen normaal gesproken uitsluit, wegstopt of in ieder geval niet beloond, was het schitterende en fatale idee van Occupy dat iedereen welkom was en het recht had om zich uit te spreken zoals dat in een ideale democratie nu eenmaal zou moeten gaan. In zo’n geval heeft het geen pas om openlijk raaskallende mensen het zwijgen op te leggen en zal men ook de laatste dronkaard moeten zien te overtuigen om überhaupt iets te kunnen doen.

qs8t

Zo stonden althans de zaken er overdag voor; op een nacht in November stond ik op 100 meter van het kamp te kijken naar het sluiten van de kermis op de Dam dat bij mij altijd een tot het uiterste opgerekte melancholie teweeg brengt. Waar eerst nog mensen van overal ter wereld badend in het felle neon licht aan zoete ijsjes hadden gelikt en suikerspinnen hadden verorberd, waar verloren zielen muntjes in een bak gooiden in de hoop dat er meer muntjes uit zouden komen die dan aan pluche beesten konden worden uitgegeven, waar een uiterst doffe, door het voortdurende neonlicht geharde mensensoort achter de balies van de attracties had gestaan om niets vermoedende mensen het geld af te troggelen in een zeer cynische vorm van volksverlakkerij en waar zelfs de meest obese medemens zich in de “Katapult” de lucht in had laten lanceren dankzij de krachten van een reusachtig elastiek dat door ronkende dieselmotoren werd strakgetrokken, daar begon nu langzaam de rust te ontstaan doordat de attracties tot stilstand kwamen en de lichten werden gedoofd waardoor ik voelde hoe alles, het lelijkste en het schoonste, als ook mijn eigen waarnemen daarvan, uiteindelijk precies zo tot stilstand komt. Toen ik opstond van mijn plek bij het monument en voor de laatste keer naar de gedoofde kermis keek zag ik hoe boven in de 60-meter hoge zweefmolen, die naar ik meende “Around the world” heette, nog een heel klein rood zacht lampje brandde, waarschijnlijk niet om vliegtuigen te waarschuwen ,daar was het veel te zwak voor, maar gewoon vanwege de loop der dingen. Zoals altijd wanneer ik dit soort toevallige restverschijnselen ergens zag wist ik dat daar mijn allerhoogste ambitie zichtbaar was, dat als ik ooit iets zou zijn ik hooguit zo’n lichtje zou kunnen zijn en dan alleen nog als ik al mijn krachten erop zou richtten en niet te veel zou twijfelen, of wachten of talmen.

Bij het beursplein aangekomen hoorde ik geschreeuw en zag hoe een van de zelfbenoemde peacekeepers, die ik overdag veel sympathieker bezig had gezien, met een zekere razernij de tent van een man in een vuilniscontainer propte en de man zelf richting het politiebureau dreef. Ik mengde mij ook in deze strijd niet daar mijn rug nog onvoldoende was geheeld maar moedigde in mijzelf de man en ook de peacekeeper aan die om de wereld te kunnen verbeteren geweld moest gebruiken en die twee impulsen in zichzelf ook nog in harmonie moest zien te brengen.

Het begon te regenen en ik liep verder over de grachten niet wetend waar naar toe. Bij de Oude Zijdsvoorburgwal aangekomen wilde ik schuilen onder de oude manhuispoort. Ik liep langs de houten kisten bij de ingang en zag hoe aan de achterkant van de doorgang een van de boekhandeltjes nog open leek te zijn. Er stonden schragen en ergens vandaan scheen een warm gloeilamplicht over de boeken die er op lagen. Achter, in het binnenste van de winkel die niet meer dan een ruime bezemkast was, zag ik een man op een stoeltje zittend slapen. Ik veegde het water uit mijn gezicht en liet mijn blik over de boeken gaan die daar als rustige schatten lagen door niemand dan mijzelf begeerd. De man snurkte een beetje, veranderde van houding op zijn stoel en omdat hij toch zo heerlijk sliep en ik op de tafel Swans Reflecting Elephants The Early Years van Edward James zag liggen heb ik het onder mijn jas gestopt voordat ik weer de regen in wandelde.

In de dagen die volgden las ik met toenemend afgrijzen deze biografie van Edward James. Het boek is een samenraapsel van anekdotes die James tijdens een vierdaagse sessie in Ierland aan de jazz-criticus George Melly toevertrouwde, enkele jaren voor zijn dood. Met hoofdstuktitels als Roots, The Clouds of Glory, Floreat Etona, New York New York en No Gentleman tracht het de lezer te beroeren en alhoewel het pijnlijk en essentiële niet helemaal word geschuwd treft het ondanks het fenomenale geheugen van James nergens en is dit boek niet meer of minder dan vreselijk te noemen. 30 jaar na het verschijnen ervan is het al gedateerder dan het werk van zijn oom dat 100 jaar eerder verscheen en dat tenminste nog een gebeurtenis beschrijft in plaats van te meanderen tussen psychologische gemeenplaatsen en bourgeois anecdotiek die natuurlijk ook nog eens is overgoten met een keurige Britse saus. Hoe Edward James in staat bleek om zijn hele vermogen te verkwanselen aan betonnen sculpturen in de Mexicaanse Jungle en hoe hij berooid en alleen in San Remo terecht kwam waar hij zijn einde vond, daarover valt in deze nette memoires geen enkele aanwijzing te vinden waardoor de verleiding in mij is ontstaan om het aan verstandsverbijstering te wijten of een zogeheten act of god. Een van de weinige heldere momenten in dit boek komt van Dali die over zijn collega kunstenaars tegen hem zegt “Wij bewegen ons te midden van pseudo-realisten die alleen maar rotzooi produceren. Ze doen zich voor als gekken om zichzelf te rechtvaardigen. Maar jij, die echt krankzinnig bent, werkt keihard om normaal te lijken.” Deze korte flard zou er op kunnen wijzen dat dit keiharde werk op een zeker moment, wellicht omdat het te vermoeiend was geworden of vanwege andere redenen, niet langer vol te houden was. 

Iets hiervan schemert door in zijn beschrijvingen van de ontmoeting met de beeldhouder Plutarcho Castelum  die hem wegwijs maakt in de Mexicaanse jungle waar ze slechts in slaapzakken gehuld de nacht doorbrengen terwijl James, naar het lijkt, een onuitgesproken liefde voor de man ontwikkelt. Als het op een van deze tochten snel afkoelt en James geen extra trui heeft meegebracht wikkelt hij zich in toiletpapier en wandelt als een mummy Xilitla binnen. Ze gaan naar de watervallen boven het dorp en als ze daar rustig aan het zwemmen zijn verschijnt er een zwerm monarchvlinders die in zijn geheel op de naakte Plutarcho gaat zitten als een mantel hetgeen voor Edward James het teken is dat hij hier een tuin van Eden zal moeten creëren, een gedachte die, zo heb ik de indruk, het beginpunt van zijn langzame tocht in de waanzin vormt. Zoals steeds als hij iets wil koopt hij de watervallen en begint aan zijn project. De eerste 20 jaar kweekt hij louter orchideeën die hij van overal naar Mexico laat komen. In 1962 staan er 28.000 orchideeën in Las Pozas als het voor het er voor het eerst in de geschiedenis begint te sneeuwen terwijl Edward James in het buitenland zit. Bij zijn terugkeer in Xlitla zeggen zijn assistenten dat er iets vreselijks is gebeurt. “Het regende witte as uit de hemel en alle bloemen zijn gaan slapen.”

Hierna begint Edward James, het kon blijkbaar niet anders zijn, aan het het bouwen van betonnen orchideeën die door de vrieskou en alle andere ongelukken onaangetast zullen blijven. Het object van zijn liefde, Plutarcho Castellum sticht intussen een gezin, maar het bouwproject blijft een manier voor James om contact te houden met de beeldhouder. Deze onderneming neemt uiteindelijk 22 jaar in beslag en resulteert in een van de meest wonderlijke plekken op de wereld.  De beelden van Las Pozas zijn van een raadselachtige schoonheid en er kan gerust gezegd worden dat op deze plek James’ waanzin, die van een Britse degelijkheid was, tot volledig wasdom heeft kunnen komen. Hoe dit echter precies in zijn werk is gegaan valt uit de historische bronnen niet te achterhalen en ook door de uitvoerige beschrijving van de levensloop van zijn familie zijn wij in zekere zin geen haar dichter bij een mogelijke waarheid gekomen.

las_pozas_xilitla_mexico_6177184459

Tot slot: 

Het verdwijnen van de miljoenen van Henry James  kan allicht vergeleken worden met de honderden miljarden die in de nasleep van 2008 vervlogen en die op het precieze moment van schrijven vanwege een Chinese crisis weeral lijken te verdwijnen, waarheen weet niemand. Of misschien ook wel met de ideeën uit de occupykampen overal ter wereld die in 2011 enige tijd wild en turbulent rond zongen om vervolgens in intensiteit af te nemen. Of anders met de caribous, de Egyptische ganzen, de antilopes, de koodoo’s, uilen, adelaars, gieren, kraaien, en alle andere dieren – waar kwamen ze vandaan? – die Frank James in ongelooflijke hoeveelheden neerknalde, de voortdurende stroom van de waterval in Xilitla waar Plutarcho Castellum in een gewaad van Monarchvlinders naast stond hierdoor Edward James het pad naar de waanzin wijzend, en ook tot slot, met de geluiden van spelende kinderen, het geruis van de lichte wind en een kerkklok in de verte, die schrijver dezes omringden vlak voordat hij  van de pont de diable sprong.

 

 

 

 

 

 

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s